Laatste nieuws
Zoeken
| Pensioen en lijfrente |
| vrijdag 27 januari 2012 11:15 |
|
Nu zowel de Tweede Kamer als ook de werkgevers- en uiteindelijk ook de werknemersorganisaties- toch in meerderheid akkoord zijn gegaan, kunnen de gevolgen van het pensioenakkoord in kaart worden gebracht. Door de negatieve ontwikkelingen/reorganisatie binnen en van de FNV kan overigens het pensioenakkoord weer opnieuw aan de orde worden gesteld door "het nieuwe FNV". Maatregelen in de AOW De maximale periode waarover u kunt opbouwen, blijft 50 jaar. De AOW kan naar keuze eerder of later worden uitgekeerd, zodat afstemming met de feitelijke ingang van het ouderdomspensioen mogelijk is. Eerder of later stoppen met werken is mogelijk. Vanaf 1 januari 2020 betekent ieder jaar vervroeging of uitstel van de AOW-ingangsdatum een 6,5% lagere respectievelijk hogere AOW. De AOW kan niet eerder worden uitgekeerd dan bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en niet langer dan 5 jaar worden uitgesteld. De sociale zekerheidsuitkeringen lopen door tot de nieuwe AOW-leeftijd. Dit geldt niet bij vervroeging of uitstel van de AOW-leeftijd. Hiervoor is nog afzonderlijke wetgeving in de maak. Verder is er nog een wetsvoorstel in voorbereiding om een aantal arbeidsrechtelijke belemmeringen die bestaan bij doorwerken na de AOW-leeftijd, weg te nemen. U moet hierbij onder meer denken aan de verplichtingen die u als werkgever heeft bij ziekte van uw werknemer en het aantal keren dat een tijdelijk arbeidscontract kan worden aangeboden. Fiscale ondersteuning pensioenopbouw De maximale opbouw van ouderdomspensioen (en het hiervan afgeleide partnerpensioen en wezenpensioen) per dienstjaar blijft ongewijzigd. Bestaande afspraken die zijn gebaseerd op een lagere pensioenrichtleeftijd hoeven niet te worden aanpast. De aanpassing betreft dus uitsluitend de toekomstige opbouw vanaf 1 januari 2013. Ook voor de DGA-pensioenpraktijk houdt dit in dat nieuwe aanspraken vanaf 2013 op een andere pensioenleeftijd moeten worden gewaardeerd dan de rechten die al zijn opgebouwd. Tot slot wordt het 40-deelnemingsjarenpensioen per 1 januari 2020 een 41-deelnemingsjarenpensioen en gaat dan in op 64-jarige leeftijd. Naar verwachting wordt dit per 1 januari 2025 verder aangepast naar een 42-deelnemingsjarenpensioen ingaande op 65-jarige leeftijd. Pensioenopbouw in de oudedagsreserve Lijfrentepremie betalen in kalenderjaar 1 januari 2011 had voor de aftrek van de lijfrentepremie in de jaarruimte en de reserveringsruimte een belangrijke terugwentelingsmogelijkheid. Als u de lijfrentepremie/bankspaarinleg namelijk vóór 1 april van het volgende jaar had betaald, dan kon u de premie toch in het voorafgaande belastingjaar in aftrek brengen. Vanaf 1 januari 2011 is dit niet meer mogelijk. Alleen de in het kalenderjaar zelf betaalde lijfrentepremie is nog aftrekbaar. Tot slot Door de crisis is pensioenopbouw nog nooit zo belangrijk geweest. Zicht krijgen op het financiële eindplaatje wordt steeds meer een moeilijke uitdaging die vraagt om tijdige maatregelen. Wim Onderdelinden |

