Pensioen en lijfrente
vrijdag 27 januari 2012 11:15

Nu zowel de Tweede Kamer als ook de werkgevers- en uiteindelijk ook de werknemersorganisaties- toch in meerderheid akkoord zijn gegaan, kunnen de gevolgen van het pensioenakkoord in kaart worden gebracht.

Door de negatieve ontwikkelingen/reorganisatie binnen en van de FNV kan overigens het pensioenakkoord weer opnieuw aan de orde worden gesteld door "het nieuwe FNV".

Maatregelen in de AOW
De AOW- en de pensioenleeftijd worden gekoppeld aan de levensverwachting. De AOW-leeftijd gaat per 1 januari 2020 naar 66 jaar. Naar verwachting gaat de AOW-leeftijd per 1 januari 2025 naar 67 jaar. De bekenmaking of en per wanneer de AOW-leeftijd omhoog gaat, vindt ten minste 11 jaar voor die tijd plaats. Uiterlijk op 31 december 2013 moet dus bekend zijn of de AOW-leeftijd definitief per 1 januari 2025 wordt verhoogd naar 67 jaar. De berekening van de gemiddelde levensverwachting vindt eenmaal per 5 jaar plaats en leidt alleen tot een verhoging van de AOW-leeftijd als de berekening laat zien dat een verhoging van tenminste 1 heel jaar is gerechtvaardigd. De verhoging met 1 jaar is tevens de maximale verhoging.

De maximale periode waarover u kunt opbouwen, blijft 50 jaar. De AOW kan naar keuze eerder of later worden uitgekeerd, zodat afstemming met de feitelijke ingang van het ouderdomspensioen mogelijk is. Eerder of later stoppen met werken is mogelijk. Vanaf 1 januari 2020 betekent ieder jaar vervroeging of uitstel van de AOW-ingangsdatum een 6,5% lagere respectievelijk hogere AOW. De AOW kan niet eerder worden uitgekeerd dan bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar en niet langer dan 5 jaar worden uitgesteld.

Voor mensen met een laag inkomen zijn enkele aanvullende maatregelen getroffen, zodat ook zij mogelijkheden hebben om toch op de leeftijd van 65 jaar te stoppen met werken. Eén van die maatregelen betreft de mogelijkheid van het opsparen van de werkbonus. De AOW gaat voor iedereen per 1 januari 2013 tot 1 januari 2028 met 0,6% per jaar boven de loonindex omhoog. Bovendien stijgt de AOW jaarlijks met de loonindex (nu: prijsindex). De extra stijging en indexering gelden ook bij vervroeging van de AOW-datum.

De sociale zekerheidsuitkeringen lopen door tot de nieuwe AOW-leeftijd. Dit geldt niet bij vervroeging of uitstel van de AOW-leeftijd. Hiervoor is nog afzonderlijke wetgeving in de maak. Verder is er nog een wetsvoorstel in voorbereiding om een aantal arbeidsrechtelijke belemmeringen die bestaan bij doorwerken na de AOW-leeftijd, weg te nemen. U moet hierbij onder meer denken aan de verplichtingen die u als werkgever heeft bij ziekte van uw werknemer en het aantal keren dat een tijdelijk arbeidscontract kan worden aangeboden.

Fiscale ondersteuning pensioenopbouw
De fiscale ondersteuning van pensioenopbouw wordt per 1 januari 2013 afgestemd op een pensioenrichtleeftijd van 66 jaar en per 1 januari 2015(!) van 67 jaar. Een verhoging van de pensioenrichtleeftijd vindt steeds 10 jaar plaats voor de verhoging van de AOW-leeftijd. De uiterste leeftijd waarop ouderdomspensioen moet ingaan, wordt in dezelfde mate verhoogd als de AOW-leeftijd.

De maximale opbouw van ouderdomspensioen (en het hiervan afgeleide partnerpensioen en wezenpensioen) per dienstjaar blijft ongewijzigd.

Bestaande afspraken die zijn gebaseerd op een lagere pensioenrichtleeftijd hoeven niet te worden aanpast.

De aanpassing betreft dus uitsluitend de toekomstige opbouw vanaf 1 januari 2013. Ook voor de DGA-pensioenpraktijk houdt dit in dat nieuwe aanspraken vanaf 2013 op een andere pensioenleeftijd moeten worden gewaardeerd dan de rechten die al zijn opgebouwd.

Tot slot wordt het 40-deelnemingsjarenpensioen per 1 januari 2020 een 41-deelnemingsjarenpensioen en gaat dan in op 64-jarige leeftijd. Naar verwachting wordt dit per 1 januari 2025 verder aangepast naar een 42-deelnemingsjarenpensioen ingaande op 65-jarige leeftijd.

Pensioenopbouw in de oudedagsreserve
U kunt nu nog 12% van uw winst aan de oudedagsreserve toevoegen met een maximum van € 11.882. In 2012 wordt de maximumdotatie verlaagd naar € 9.382. Een jaar later wordt ook het dotatiepercentage in de oudedagsreserve verlaagd en wel naar 11,7% en per 1 januari 2015(!) naar 11,4%. Voor ieder jaar dat hierna de pensioenrichtleeftijd met 1 jaar wordt verhoogd, wordt het percentage met 0,3% verlaagd.

Lijfrentepremie betalen in kalenderjaar
Als u een pensioentekort heeft en u heeft voor een aanvullend inkomen bij een verzekeraar een lijfrentepolis gesloten of een lijfrentebankspaarproduct bij een bank, dan kunt u de premie die u heeft betaald in aftrek brengen op uw inkomen. Tot

1 januari 2011 had voor de aftrek van de lijfrentepremie in de jaarruimte en de reserveringsruimte een belangrijke terugwentelingsmogelijkheid. Als u de lijfrentepremie/bankspaarinleg namelijk vóór 1 april van het volgende jaar had betaald, dan kon u de premie toch in het voorafgaande belastingjaar in aftrek brengen. Vanaf 1 januari 2011 is dit niet meer mogelijk. Alleen de in het kalenderjaar zelf betaalde lijfrentepremie is nog aftrekbaar.

Tot slot

Door de crisis is pensioenopbouw nog nooit zo belangrijk geweest. Zicht krijgen op het financiële eindplaatje wordt steeds meer een moeilijke uitdaging die vraagt om tijdige maatregelen.

Wim Onderdelinden